Willem, 75 jaar oud (1941) Pelmolenweg

“Ik woonde op nummer 11 op de Pelmolenweg, het gekkennummer. De zeven steegjes waren allemaal kleine huisjes. Je kon er aan de ene kant in en aan de andere kant uit. Nou praat ik over de tijd vlak na de oorlog. Er woonden grote gezinnen en er was armoe. Die kleine huisjes hadden geen eigen wc. In de Moutstraat stonden de wc’s voor de wijk en dan om de zoveel tijd kwamen ze met paard en wagen om de tonnen te legen. Wij hadden geluk, omdat we een wc hadden achter in de tuin op een beerput. Er waren wel mensen die op een emmer zaten in hun huisje en dan gooiden ze het ’s avonds laat als het donker was in de singel. Op zaterdag kreeg ik 35 cent mee en een schone onderbroek en dan ging ik douchen bij het badhuis bij de Oudwijkerdwarsstraat.994_web_c8a8709

Wij waren met z’n vijven, onze ouders en drie kinderen en we hadden een groot huis. Ik heb er tot 1968 gewoond tot mijn 27ste en er ook nog ingewoond. Ik kreeg verkering en wilde trouwen, maar in die tijd was er woningnood, dus toen is mijn moeder met mijn vader beneden gaan wonen en kon ik met mijn vrouw de twee kamers boven krijgen met de zolder erbij. Dat was best mooi, want in de voorkamer had je zicht op de singel. Schitterend was het om daar te wonen. Ik zou er zo weer terug willen.

Wij hadden in die tijd niets om mee te spelen, nog geen oude fiets. Wij speelden dan in de steegjes en in de Geertekerk, want dat was toen een bouwval. Er woonde wel een koster, maar via een kapot raam konden we zo de kerk in komen. Dan gingen we graven, want er lagen veel mensen begraven in de kerk. Op een dag vonden we een schedel. We hebben die schedel op een stokje gezet met een klein kaarsje er in. ’s Avonds toen het donker was gingen we in de zeven steegjes met die schedel bij mensen aanbellen. Om je een beroerte te schrikken, maar dan hadden wij de grootste lol.

994_web_c8a8708Als kind heb ik nog de trekschuit meegemaakt. Dan liepen de vrouwen die boten door de bocht in de singel te trekken aan de kant van de Catharijnesingel. Het water was ons speelterrein. Ik kon niet eens zwemmen, want daar was geen geld voor. Het was een kinderrijke buurt, een echte volksbuurt. We speelden veel aan de waterkant en dan viel er wel eens eentje in het water. Een paar kinderen zijn in die tijd verdronken in de singel.

Toch hadden we ons grootste plezier aan het water. We gingen vaak naar de Oudegracht, naar de oude bierbrouwerij. Dan namen we die platte dekschuiten mee die daar in het water lagen. Daar zat zo’n groot roer aan en dan kregen we de vaart er in. We voeren met die schuiten de gracht uit naar de Tolsteegsingel en dan rechtsaf de singel op tot aan de zeven steegjes. Als oom agent er dan aankwam renden we de zeven steegjes in. Hij kreeg ons bijna nooit te pakken, maar we zijn wel eens opgepakt en naar het politiebureau Tolsteeg gebracht. Dan moesten we aan een lange tafel strafregels schrijven en dan moest je natuurlijk de boot weer terugbrengen. Heerlijke tijd.994_web_c8a8707

Er was ook een snoepwinkeltje en dan gingen we met z’n drieën naar binnen om snoepjes te stelen. Met het gestolen waar gingen we naar Tolsteeg. In de poort naast het oude politiebureau aten we de snoep dan op. Het was geen rijkdom, maar ik heb er een heerlijke jeugd gehad.

Ik vond het verschrikkelijk dat het water weg ging. Het had nooit weg gemogen. Het is toch een zaligheid dat je in de rondte kan varen.”

 

 

met dank aan Het Utrechts Archief

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.